Spaans beginners platform

Zelfstandige naamwoorden (niet -A/-O)

divisor

Een paar handige tips

Zelfstandige naamwoorden die op: sióncióndadtadtudumbre zijn vrouwelijk.

Voorbeelden

La televisión

de tv

la decisión

de beslissing

La pasión

de passie

La conversación

het gesprek

La habitación

de kamer

La ciudad

de stad

La universidad

de universiteit

La libertad

de vrijheid

La actitud

de houding

La costumbre

de gewoonte

Een aantal zelfstandige naamwoorden eindigen op -A maar zijn toch mannelijk !

El problema

het probleem

El programa

het programma

El mapa

de kaart

El sistema

het systeem

Ela

de dag

El tema

het thema / onderwerp

El clima

het klimaat

El idioma

de taal

El sofá

de bank

El planeta

de planeet

Veelvoorkomende zelfstandige naamwoorden die niet op -O of -A eindigen

La comida (het eten)

La carne

het vlees

El pan

het brood

El arroz

de rijst

La leche

de melk

El azúcar

het suiker

La sal

het zout

El aceite

de olie

El jamón

de ham

El chocolate

de chocolade

El té

de thee

En la cocina (in de keuken)

El tenedor

de vork

La sartén

de pan

El refrigerador

de koelkast

El transporte (het vervoer)

El bus / autobus

de bus

El tren

de trein

El taxi

de taxi

El coche

de auto

El avión

het vliegtuig

En la casa (in het huis)

El mueble

het meubelstuk

La pared

de muur

El balcón

het balkon

El ventilador

de fan

El aire acondicionado

de airco

La calefacción

de verwarming

La habitación

de kamer

La radio

de radio

La llave

de sleutel

Lugares (plekken)

La calle

de straat

El país

het land

El lugar

de plek

La capital

de hoofstad

El hospital

het ziekenhuis

El bosque

het bos

El cine

de bioscoop

El jardín

de tuin

El parque

het park

El hotel

het hotel

La estación

het station

La ropa (de kleding)

El pantalón

de pantalon / broek

El calcetín

de sok

El guante

de handschoen

El tiempo (het weer)

El sol

de zon

La nube

de wolk

La nieve

de sneeuw

El calor

de hitte

El cuerpo (het lichaam)

La sangre

het bloed

La piel

de huid

El pie

de voet

El diente

de tand

La mano

de hand

divisor

Vragen Ping Pong

¿En qué ciudad vives?

¿Viajas a tu trabajo en tren?

¿Cuántos días trabajas por semana?

¿Qué idiomas hablas?

¿Tú comes carne?

¿Comes pan blanco o pan negro?

¿Cocinas con mucha sal?

¿Cocinas con aceite o con mantequilla?

¿Cómo bebes el cafe? ¿Con leche? ¿Con azúcar?

¿Dónde compras guantes?

 

Extra oefeningen

Blijf oefenen met deze (externe) oefeningen: