Spaans beginners platform

Voegwoorden (En, of, als, maar...)

divisor

Voegwoorden zijn woorden die we gebruiken om woorden, uitspraken, bepalingen en zinnen te verbinden

Y
(en)

Como y bebo.
Ik eet en ik drink.

O
(of)

¿Viajo o trabajo?
Werk ik of reis ik?

Como
(als, zoals)

Trabajamos como locos
Wij werken als een gek.

Si
(als,of)

Viajo si tengo dinero.
Ik reis als ik geld heb.

Pero
(maar)

Trabajo pero no tengo dinero.
Ik werk maar ik heb geen geld.

Porque
(omdat)

Como porque tengo hambre.
Ik eet omdat ik honger heb.

Cuando
(wanneer/als)

Pago cuando puedo.
Ik betaal wanneer ik kan.

Donde
(waar)

Trabajo donde quiero.
Ik werk waar ik wil.

Aunque
(hoewel)

Camino aunque llueva
Ik loop hoewel het regent.

Sin embargo
(daarentegen, echter)

Quiero hablar Chino, sin embargo no hablo.
Ik wil chinees spreken, echter ik spreek niet.

Por eso
(daarom)

No bebo alcohol, por eso no estoy borracho.
Ik drink geen alcohol, daarom ben ik niet dronken.

También
(ook)

Hablo español y también Holandés.
Ik spreek Spaans en ook Nederlands.

Además
(bovendien)

Trabajo y además estudio.
Ik werk en bovendien studeer ik.

Hasta que
(totdat)

Viajo hasta que no tengo más dinero.
Ik reis totdat ik geen geld meer heb.

Después (de)
(na/nadat)

Después de comer yo leo.
Na het eten lees ik.

Antes (de)
(voor/voordat)

Antes de comprar yo miro.
Voordat ik koop kijk ik.