Spaans beginners platform

Extra: Vergelijken in het Spaans (El Español es más fácil que el Holandés)

divisor

Hoe werkt het?

In het Spaans voegen we gewoon het woord más (meer) of menos (minder) voor het bijvoeglijk naamwoord om ze op deze manier sterker of zwakker te maken:

más bonito (mooier)

más lento (langzamer)

más alto (hoger)

menos  rico (minder rijk)

menos gracioso (minder grappig)

menos inteligente (minder intelligent)

Om twee dingen te vergelijken in een vergelijking van ongelijkheid (iemand die of iets dat meer of minder dan het andere is), gebruiken we de constructie:

werkwoord + más/menos + bijvoeglijk naamwoord + que…

Een paar voorbeelden:

– Juan + es + más + rápido + que + el viento. (Juan is sneller dan de wind)

– Amsterdam + es + menos + cara + que + Londres. (Amsterdam is minder duur dan Londen)

 

Vergelijking van gelijkheid

Als twee dingen of mensen net zo snel, intelligent of duur zijn,  dan heb je een vergelijking van gelijkheid nodig.

Om deze vergelijking te maken, gebruiken we:

het bijvoeglijk naamwoord met de uitdrukking “tan … como…”, dat hetzelfde betekent als “net zo … als… “.

Pedro + es + tan + loco + como + Juan (Pedro is net zo gek als Juan).

Yo + soy + tan + rápido + como + tú. (Ik ben net zo snel als jij.)

 

Het is ook mogelijk om een vergelijking van gelijkheid  te maken met:

‘’igual de + bijvoeglijk naamwoord + que…’’ 

“Juan es igual de inteligente que María”.

“Pedro es igual de rico que Martín”

Superlatieven

In het Nederlands creëren we superlatieven met het achtervoegsel “-ste” (de sterkste, de slimste, de leukste, etc.).

In het Spaans gebruiken we het lidwoord (el, la, los, las) voorafgaand aan het vergelijking woord (más, menos) en de in plaats van que:

• Juana + es + la + más + rápida + de + su empresa. (Juana is de snelste in haar bedrijf)

• Este viaje + es + el + más + largo + de + mi vida. (deze reis is de langste van mijn leven)

Vergelijken met "goed en slecht"

Net zoals in het Nederlands is het vergelijken met goed/slecht onregelmatig in het Spaans.

  • Goed is “buenomaar in vergelijkingenzeggen we “mejor”  (beter).
  • Slecht is ‘’malo’’ maar in  vergelijkingen zeggen we ‘’peor’’ (slechter).

 

“Yo hablo Español  mejor que holandés”.

“El pan blanco es peor que el pan negro”.

 

En voor de superlatieven?

  • EL, LA, LO mejor (het, de beste).
  • El, LA, LO peor (het, de slechtste)

 

“El Malbec es el mejor vino”.

“Estudiar Español es lo mejor que puedes hacer”.

 

divisor

Klaar om te oefenen?