Spaans voor op reis

Les 16: Souvenirs op de markt kopen

divisor

Locatie: Medellín, Colombia

Gesprek

– Hola buenos días.

– Hallo goedemorgen.

– Buenos días, ¿Cómo está?

– Goedemorgen. Hoe is het?

– Bien, permiso ¿Puedo ver?

– Goed, pardon. Mag ik kijken?

– Si, tranquilo.

– Ja gerust.

– Son… ¿Qué son, imanes?

– Het zijn… wat zijn het, magneten?

– Son imanes, tenemos imanes, cuadros, pirograbados en madera… 

Todo es autóctono de la región.

– Het zijn magneten, we hebben magneten, schilderijen, pyrogravure van hout…

Alles uit de regio.

– Ha muy bien. ¿Y cuánto cuestan los imanes?

 – Ah heel goed. En hoeveel kosten de magneten?

– Los imanes ‘’son’’ a 5.000, cada uno.

– De magneten zijn 5000 per stuk.

– 5.000 cada uno… ¿y si me llevo más puede hacerme un descuento?

– 5000 per stuk? En als ik er meer koop, kan je me dan een korting geven?

– Si, se te hace un descuento. Dos por 8.000. Si es por docena se te hace un 10 por ciento.

– Ja, dan kan er een korting gemaakt worden. Twee voor 8000. En als je per 12 koopt, dan wordt het 10 procent (korting).

– Un diez por ciento… ok… Sino es un poco caro… si me puede hacer un descuento buenísimo.

Entonces, ¿Por cuánto me deja si llevo 5?

– Een tien procent… ok… Anders is het een beetje duur… Als ik een korting kan krijgen, super.

Dus, voor hoeveel geeft u het als ik er 5 neem?

– Te los dejo a 3.500 cada uno.

– Ik geef je ze voor 3500 per stuk. 

– 3.500 cada uno… bueno, está bien. Entonces llevo 5. Para hacer un regalo, ¿puede ser?

– 3500 per stuk…. Goed, dat is goed.d Ik neem er dus 5. Om als cadeau in te pakken, zou dat kunnen?

– Ha si, son recuerdos.

– Ah ja, het zijn herinneringen (souvenirs).

– Recuerdos de Medellín.

– Herinneringen van Medellin.

– Bueno, muchas gracias me llevo entonces los 5. Ahí le pago.

– Goed, veel dank ik neem er dus 5. Bij deze betaal ik. 

– Bueno…

– Goed….

Woordenschat

Belangrijk werkwoorden

Llevar

iets nemen

Hacer

doen / maken. Veel gebruikt voor prijs onderhandeling “¿qué precio me puede hacer? ¿Me puede hacer un descuento?”

Dejar

letterlijk “laten”. Bij prijs onderhandeling “¿Por cuánto me lo deja?”

Belangrijk woordenschat

Permiso

een woord om toestemming te krijgen. Bijvoorbeeld om iets te pakken of als je ergens binnenloopt. 

Tranquilo

gerust ‘’puede mirar tranquilo’’

Regalo

cadeau

Recuerdos

herinneringen (souvenirs)

Caro

duur

ME, TE, LE?

Waarom is het: “me llevo”, “hacerme”, “te hace”, “me puede”, “me deja”

De ‘’ME/TE’’ verwijst eigenlijk naar ‘aan wie’ jij iets bestelt/vraagt/geeft/koopt, enzovoort. 

Het geeft richting aan een actie. Het maakt het meer persoonlijk. Ze geeft niet zomaar een korting, ze

geeft me een korting! ‘’TE hago un descuento’’

  • ME: aan mij
  • TE: aan jou
  • LE: aan hem/haar/u 
  • NOS: aan ons
  • LES: aan hen/jullie

VER (zien) vs MIRAR (kijken)

  • Als je interesse in iets hebt, kan je zeggen ‘’¿Puedo VER xxx? 
  • Maar als je geen interesse hebt, gebruik ‘’Estoy mirando’’, (Ik ben aan het kijken)
  • VER (zien) impliceert dat je iets daadwerkelijk wil zien/analyseren/ MIRAR (kijken) in tegendeel impliceert dat je niet in iets specifieks geïnteresseerd bent.

¿Cuánto cuesta?

  • Vergeet niet dat COSTAR (kosten) onregelmatig is (O-UE). Daarom gebruik je CUESTA voor dingen in het enkelvoud en CUESTAN voor dingen in het meervoud. ‘’¿Cuánto cuesta el sombrero? ¿Cuánto cuestaN las postales?’’
  • Er zijn andere opties om de prijs van iets te vragen:
  • ¿Cuánto VALE? Letterlijk vertaald ‘’hoeveel is het waard’’?
  • ¿Cuánto ES? Je gebruikt SER als je voor iets direct wilt betalen (bijvoorbeeld de rekening) Er is geen ruimte voor onderhandeling. Dat is de prijs (SER = ’’permanent’’)
  • ¿Cuánto ESTÁ? Dit is flexibeler. Het impliceert dat de prijs kan veranderen (ESTAR = ‘’op dit moment’’). Denk aan groenten op de markt kopen.
  • Bijvoorbeeld: “¿Cuánto están los tomates?”

¡Descuento!

  • Je moet voorzichtig zijn met het gebruiken van het woord DESCUENTO (korting).
  • Je kan niet zomaar ‘’¡descuento!’’ schreeuwen.
  • Hier zijn een paar varianten om om ‘’descuentos’’ te kunnen vragen”
  • “¿Qué descuento es posible hacer?”
  • “¿Me puede hacer un descuento?”
  • “Con un descuento me lo llevo”

Bereid je zich voor de Skype sessie!

Belangrijk punten van de les

  • Prijs onderhandelen.
  • Korting krijgen.