Spaans voor gevorderden

Les 2: Pretérito Indefinido

divisor

Onthouden

In het algemeen wordt de indefinido gebruikt voor specifieke acties die in het verleden plaatstvonden en die nu gezien worden als “afgesloten”. Gebruik van de indefinido implicieert dat de actie geen verband heeft met het heden.  

Tips

  • De indefinido wordt gebruikt bij  gebeurtenissen die als uniek of eenmalig gezien worden.

    “Colón descubrió America en 1492″
    (Columbus “ontdekte” America in 1492)

 
  • Om een specifiek moment aan te geven (“pinpoint”)

 “Cuando conocí a Juan, supe que era el hombre de mi vida”

(Toen ik Juan ontmoette, wist ik dat hij de man van mijn leven was)

 
  • Voor opeenvolgende acties 

    “El Lunes me desperté, me duché y salí a trabajar”

    “Primero abrí la caja, miré adentro y saqué lo que estaba adentro.

 
  • Of bij welke andere actie of gebeurtenis die je als afgelopen beschouwt en die geen verband heeft met het heden…

Onthouden

Om een verhaal of een anekdote te kunnen vertellen heb je meestal een combinatie van de indefinido en de imperfecto nodig. De indefinido gebruik je voor de specifieke/concrete acties en de imperfecto voor de extra (of achtergrond) informatie.

……….

Era  un día de lluvia y yo estaba solo y aburrido en casa. De repente decidí ir al café. Salí a la calle, tomé un taxi y entré al bar. El bar estaba lleno. Había mucha gente que yo conocía, por eso tomé coraje y le hablé a la primera persona que vi.”

Vervoeging

-Ar-Er / -Ir
Habl-éCom-í
Habl-asteCom-iste
Habl-óCom-
Habl-amosCom-imos
Habl-asteisCom-isteis
Habl-aronCom-ieron

Deze werkwoorden zijn onregelmatig; Je moet ze uit je hoofd leren. Zie je iets raars in de volgende lijst?

Ser (te zijn)Ir (te gaan)
FuiFui
FuisteFuiste
FueFue
FuimosFuimos
FuisteisFuisteis
FueronFueron

Andere belangrijke onregelmatige werkwoorden zijn:

Dar (geven)

Yo di (diste / dio / dimos / disteis / dieron)

Estar (te zijn)

Yo estuve (estuviste / estuvo / estuvimos / estuvisteis / estuvieron)

Decir (zeggen)

Yo dije (dijiste / dijo / dijimos / dijisteis / dijieron)

Haber (hulpwerkwoord, hier vertaald als: er was/er waren)

Hubo 

Poder (mogen / kunnen)

Yo pude (pudiste / pudo / pudimos / pudisteis / pudieron)

Poner (zetten)

Yo puse (pusiste / puso / pusimos / pusisteis / pusieron)

Querer (willen)

Yo quise (quisiste / quiso / quisimos / quisisteis / quisieron)

Saber (weten)

Yo supe (supiste / supo / supimos / supisteis / supieron)

Tener (hebben)

Yo tuve (tuviste / tuvo / tuvimos / tuvisteis / tuvieron)

Traer (brengen)

Yo traje (trajiste / trajo / trajimos / trajisteis / trajeron)

Venir (komen)

Yo vine (viniste / vino / vinimos / vinisteis / vinieron)

Hacer (doen / maken)

Yo hice (hiciste / hizo / hicimos / hicisteis / hicieron)

De voorbeelden die ik zojuist heb genoemd vallen allemaal binnen de algemene regels voor het gebruik van de indefinido, acties die als afgerond worden gezien.

Vervoeging (oefening)

De vervoeging van de pretérito indefinido kan best moeilijk zijn. Begin hier met het oefenen van de vervoegingen:

Extra oefeningen

Hier vind je extra oefeningen uit meerdere sites om verder te oefenen voor dat je je toets maakt:

  1. Indefinido Zinnen invullen
  2. Indefinido:  Verhaal
  3. Kies tussen:

A) Imperfecto of Indefinido?

B) Imperfecto of indefinido?

C)  Imperfecto of indefinido?

 

ToetsenStatus