Spaans beginners platform

Onregelmatige werkwoorden (stamverandering)

divisor
  • Er zijn veel onregelmatige werkwoorden in het Spaans. Hoef je ze allemaal te weten? Zeker niet.
  • Tijdens deze les focus ik op een groep van belangrijke en nuttige werkwoorden die verschillende soorten onregelmatigheden hebben. 

Poder (o-ue)

PODER (kunnen/mogen)

  • Kan vertaald worden als Kunnen of Mogen
  • Het is een werkwoord met een regelmatig einde (vervoeging) maar met een onregelmatige stam.

Ik zal je laten zien wat ik bedoel:

Yo

Puedo

Puedes

Él / Ella / Usted

Puede

Nosotros/as

Podemos

Vosotros/as

Podéis

Ellos / Ellas / Ustedes

Pueden

Heb je gemerkt dat Nosotros/as en Vosotros/as stam regelmatig blijven? Behalve in het geval van een paar echte onregelmatige werkwoorden (zoals Ir en Ser, bijvoorbeeld), blijven Nosotros/as en Vosotros/as altijd regelmatig.

Andere belangrijke werkwoorden met dezelfde stam verandering (O voor UE) zijn: 

Volar

Vliegen (yo vuelo a Barcelona)

Mover

Bewegen / verplaatsen

Almorzar

Lunchen

Contar

Tellen / vertellen

Costar

Kosten

Mostrar

Laten zien

Llover

Regenen

Volver

Terug komen

Devolver

(iets) Terug geven

Encontrar

Vinden

Probar

Proeven / proberen

Recordar

Herinneren

Soñar

Dromen

Dormir

Slapen

Vragen Ping Pong

¿Tú puedes cocinar bien?

¿Puedes bailar salsa?

¿Puedes hablar Español?

¿Con qué aerolinea vuelas normalmente?

¿Qué almuerzas generalmente?

¿Cuánto cuesta esta mesa?

¿Cuándo vuelves de vacaciones?

¿Cuántas horas duermes por noche?

Querer (e-ie)

QUERER (willen)

Yo

Quiero

Quieres

Él / Ella / Usted

Quiere

Nosotros/as

Queremos

Vosotros/as

Queréis

Ellos / Ellas / Ustedes

Quieren

Andere veelvoorkomende werkwoorden met deze verandering zijn:

 

Calentar

Verwarmen / opwarmen (Yo caliento)

Cerrar

Dicht doen

Comenzar / Empezar (a)

Beginnen

Encender

–licht- aanzetten / -vuur- aansteken / -auto, computer- starten

Entender

Begrijpen

Mentir

Liegen

Pensar

Denken

Perder

Verliezen / kwijt raken

Preferir

Voorkeur hebben

Sentir

Voelen

Recomendar

Aanraden

Vragen Ping Pong

¿Qué quieres comer esta noche?

¿Prefieres cocinar o comer en un restaurante?

¿Qué quieres hacer este fin de semana?

¿A qué hora comienzas a trabajar?

¿Mientes mucho en tu trabajo?

¿Recomiendas aprender Español?

¿Qué piensas sobre Trump?

¿A qué hora cierra Alber Heijn?

 

Pedir (e-i)

PEDIR (bestellen/om iets te vragen)

Yo

Pido

Pides

Él / Ella / Usted

Pide

Nosotros/as

Pedimos

Vosotros/as

Pedís

Ellos / Ellas / Ustedes

Piden

Andere veelvoorkomende werkwoorden met deze verandering zijn:

 

Competir

Concurreren

Conseguir

(iets) bereiken (to get smth)

Corregir

Corrigeren

Despedir

(iemand) ontslaan/uitzwaaien

Elegir

Kiezen

Impedir

Voorkomen/verhinderen

Medir

Meten

Reír

Lachen

Repetir

Herhalen

Seguir

Volgen/doorgaan

Servir

Serveren

Vragen Ping Pong

¿Tú consigues siempre todo lo que quieres?

¿Tú despides a tus amigos en Schiphol cuando viajan?

¿Eliges la playa o la montaña?

¿Cuánto mides?

¿Con qué películas ríes?

¿Sigues aprendiendo Español después del curso?

¿Qué platos sirven en tu restaurante favorito?

 

Tener

TENER (hebben) / TENER + QUE ("moeten")

Yo

Tengo

Tienes

Él / Ella / Usted

Tiene

Nosotros/as

Tenemos

Vosotros/as

Tenéis

Ellos / Ellas / Ustedes

Tienen

Tener wordt gebruikt om bezit aan te geven.

  • TENGO un perro,
  • ¿TIENES tiempo?

    Maar in combinatie met ‘que’, wordt tener gebruikt om een verplichting te uiten (Moeten). Dit lijkt veel op het gebruik van de combinatie “to have to” in het Engels:

     

  • TENGO que trabajar,
  • TENEMOS que pagar la cuenta.

Andere veel voorkomende toepassingen van tener zijn:

TENER hambre / sed

honger / dorst hebben

TENER xxx años

xxx jaar oud zijn

TENER miedo

angst hebben

TENER calor / frío

het warm / koud hebben

TENER cuidado

voorzichtig zijn

TENER ganas de… (werkwoord)

zin in … hebben

TENER prisa

haast hebben

TENER razón

gelijk hebben

TENER sueño

slaperig zijn

Vragen Ping Pong

¿Tienes muchos amigos?

¿Tienes una mascota?

¿Tienes que trabajar hoy?

¿Cuántos años tienes?

¿Tienes hambre?

¿Qué tienes ganas de comer esta noche?

¿Cuando discutes siempre tienes razón?

¿Tienes planes para tus vacaciones?

Extra! IR

IR [a] - (gaan)

IR is een volledig onregelmatig werkwoord. Dit betekent dat geen relatie tussen de infinitief en de vervoegde werkwoord is.

Yo

Voy

Vas

Él / Ella / Usted

Va

Nosotros/as

Vamos

Vosotros/as

Vais

Ellos / Ellas / Ustedes

Van

Een paar nuttige tijd indicatoren om met IR te gebruiken:

Hoy

Vandaag

Mañana

Morgen

Pasado mañana

Overmorgen

Esta mañana

Vanmorgen

Esta tarde

Vanmiddag

Esta noche

Vanavond

La semana próxima

Volgende week

La semana que viene

Komende week

El mes próximo

Volgende maand

El mes que viene

Komende maand

El año próximo

Volgende jaar

El año que viene

Komende jaar

Más tarde

Later

Vragen Ping Pong

¿Adónde vas de vacaciones este año?

¿Qué vas a hacer esta noche?

¿Cómo vas a tu trabajo?

¿Vas mucho al cine?

¿Esta semana vas a estudiar Español?

Huiswerk

Schrijf een a4tje met een verhaal waarin onze nieuwe werkwoorden centraal staan. Vertel, bijvoorbeeld, over wat jij de komende weekend/week/maand wilt (querer) doen, wat jij voor je werk moet (tener que) doen, wat jij voor je vakantie gaat (ir) doen, enzovoort…  

Extra oefeningen

Blijf oefenen met deze (externe) oefeningen: