Gustar

GUSTAR ("leuk / lekker vinden / houden van")

(a mi) ME gusta el vino

Wijn bevalt me

(a ti) TE gusta el vino

Wijn bevalt je

(a el / ella / usted) LE gusta el vino

Wijn bevalt haar / hem / u

(a nosotros/as) NOS gusta el vino

Wijn bevalt ons

(a vosotros/as) OS gusta el vino

Wijn bevalt jullie

(a ellos / ellas / ustedes) LES gusta el vino

Wijn bevalt hen / jullie formeel

Als jij 2 wijnen lekker vindt:

  • ME GUSTAN los vinos (“de wijnen bevallen mij” of “ik vind de wijnen lekker’)         
  • (Wij vervoegen het als 3de persoon meervoud)

Ander voorbeeld:

  • ME GUSTAS (“jij bevalt me” of “ik vind je leuk”)

Nu, kan je al die combinaties gebruiken:

  • ME GUSTAS
  • ME GUSTO (ik vind me leuk)
  • TE GUSTO (jij vindt me leuk)
  • LES GUSTA (ze vinden haar/hem/u/het leuk)

    Enzovoort…


Hoewel het werkwoord GUSTAR een van de meest gebruikte is, zijn er ook andere nuttige werkwoorden die op dezelfde wijze worden gebruikt:

Aburrir (saai vinden)

“Me aburre estudiar gramática”.

Importar (belangrijk vinden)

“Me importan mis amigos”.

Interesar (interessant vinden)

“Me interesa la historia”

Molestar (vervelend / irritant vinden)

“Me molestan los turistas”.

Encantar (iets heel leuk vinden)

“Me encanta el Español”.

Preocupar (iets heel zorgelijk vinden)

“Me preocupa Trump”.

Extra oefeningen

Blijf oefenen met deze (externe) oefeningen: