Spaans voor op reis

Les 9: Eten bestellen

divisor

Locatie: Salta, Argentinië

Gesprek

 Hola, buenas tardes.

Goedemiddag.

– ¿Te puedo ayudar en algo? No se si querés tomar algo o comer…

 – Kan ik je ergens mee helpen? Ik weet niet of iets wilt eten of drinken?

– Si, me gustaría comer. ¿Qué tiene? ¿qué me recomienda?

 – Ja, ik zou graag iets willen eten. Wat hebben jullie, wat raden jullie me aan?

Mirá, tenemos todo lo que está dentro del menú, o sino tenemos los menús preparados ya.

– Kijk, we hebben alles wat er in het menu staat. En anders hebben we ook al eten wat al bereid is. 

 – Ha, ok, ¿Y ustedes tienen alguna especialidad?

– Ah ok, en hebben jullie een specilitateit?

– La especialidad son los canelones. Canelones de carne y verdura, y también puede ser milanesas. Milanesa ‘’a caballo’’, milanesa ‘’napolitana’’

 – De specialiteit zijn de cannelures, met vlees, en groenten. En ook de paardenschnitzel, Milanesa Napolitana. 

– Ha ok, ¿tienen algún plato del día?

– Hebben jullie ok een gerecht van de dag?

– El plato del día serían hoy ravioles con salsa de 4 quesos.

– Het gerecht van vandaag is ravioli met een vier-kazen saus 

– Uy que rico… y para tomar, ¿con qué lo puedo acompañar?

– Oh, wat lekker. En drinken? Met wat kan ik dat drinken?

– Para tomar tenés limonada, puede ser jugo natural… de naranja, o gaseosas.

– Om te drinken hebben we limonade, ook verse sap, sinaasappelsap of frisdrank. 

 – Bueno, te pido entonces un plato del día con… ¿una copa de vino tinto puede ser?

– OK, dan wil ik graag een dagmenu, met een glas rode wijn, heb je dat?

– Vino tinto tenemos. Vino de la casa.

– Rode wijn hebben we. De wijn van het huis?

 – Un vino de la casa. Perfecto. ¿Cuál es el vino de la casa?

– Een wijn van het huis, perfect. Wat is de wijn van het huis?

– El vino de la casa se llama Cafayate. Local. De este lugar. Buen vino.

– De wijn van het huis heet Cafayate, lokaal uit deze stad. Een goede wijn. 

– Perfecto. Te pido eso entonces. Muchas gracias.

– Perfect, die bestel ik dan. Dank je wel.  

– Por favor.

– Geen dank.

Woordenschat

Basis werkwoorden

Poder (ue)

kunnen / mogen

Querer (ie)

willen

Gustar

leuk / lekker vinden / houden van

Ser / Estar

te zijn

Belangrijk werkwoorden

Ayudar

helpen

Recomendar (ie)

aanraden

Mirar

kijken

Poder ser

mogelijk zijn

Pedir (i)

bestellen

Acompañar*

letterlijk ‘’vergezellen’’. Het verwijst naar de bijgerecht ‘’Puede acompañar el pollo con arroz’’

* andere opties: ¿Con que viene?/ ¿Con que viene acompañado?

Belangrijk woordenschat

Algo

iets

Dentro

binnen

Especialidad

specialiteit

Carne

vlees

Verduras

groenten

También

ook

Plato del día

gerecht van de dag

Salsa

saus

Rico

lekker

Limonada

limonade

Jugo natural

natuurlijk sap

Naranja

sinaasappel

Gaseosas

frisdrank (in sommige landen, bv Mexico en Cuba, ook ‘’refresco’’ benoemd).

Copa de vino

glas wijn

Vino de la casa

huiswijn

Bereid je zich voor de Skype sessie!

Belangrijk punten van de les

  • Informatie over gerechten vragen.
  • Vragen of er een gerecht van de dag is.
  • Vragen of ze een specialiteit hebben.
  • Vragen over de bijgerecht.
  • Vragen over drank.