Spaans voor op reis

Les 13: Eten bestellen

divisor

Introductieles

Basis Woordenschat

El desayuno

het ontbijt

El almuerzo

de lunch

La cena

het avondeten

La comida

het eten / de maaltijd

El menu

het menu

El plato

het bord / gerecht

La copa

de glas -wijn-

El vaso

de glas

La botella

de fles

El cuchillo

het mes

El tenedor

de vork

La taza

het kopje

La cuchara

de lepel

La cucharita

het lepeltje

La servilleta

het servet

La carne

het vlees

El pescado

de vis

La verdura

de groenten

La fruta

het fruit

La patata

de aardappelen

La ensalada

de salade

La sopa

de soep

El queso

de kaas

El pollo

de kip

El jamón

de ham

El pan

het brood

El arroz

de rijst

La leche

de melk

El azúcar

de zuiker

La sal

het zout

El agua

het water

El vino

de wijn

El zumo

de sap

El té

de thee

El café

de koffie

Hoe wil je jouw eten?

  • Frito/a
  • Al horno
  • A la plancha
  • Hervido/a

Onthouden

Eet je geen vlees? Misschien wil je dan dit onthouden: ”Soy vegetariano/a, tiene algo SIN carne?”

Bereid je zich voor de Skype sessie!

Belangrijk punten van de les

  •